Lang betwist als een ouderwetse en achterhaalde vervoersmodaliteit wordt door steden in Europa nu volop geïnvesteerd in fietsinfrastructuur. Ook wandelen en het openbaar vervoer staat (weer) volop in de belangstelling van beleidsmakers. 

Om steden leefbaar en mobiel te houden moet de zo lang gefaciliteerde auto een stapje terug doen. De SHT beschouwt de verschuivingen in stedelijke mobiliteit in een langetermijnperspectief.

Technologie heeft ervoor gezorgd dat er vele opties zijn om van A naar B te reizen. Al die opties hebben voor- en nadelen. Inwoners, bedrijven en instellingen, winkels, werknemers en consumenten hebben verschillende belangen en stellen andere eisen aan stedelijke mobiliteit. Beleidsmakers moeten laveren tussen die belangen en eisen, en dienen rekening te houden met aspecten als veiligheid, snelheid, leefbaarheid, het milieu et cetera. De keuzes die gemaakt dienen te worden gaan verder dan de aanleg van een nieuw fietspad of trambaan, ze hebben ook te maken met hoe de stad wordt gebruikt en ingericht. Daarbij moeten beleidsmakers rekening houden met de gevolgen van keuzes uit het verleden. Transities in stedelijke mobiliteit gaan traag en hebben lange wortels. De SHT legt die wortels bloot, laat eerder gemaakte beleidskeuzes en pad-afhankelijkheden zien en helpt daarmee beleidsmakers en andere betrokken met de keuzes voor de toekomst.

DE UITDAGING

Naar een bereikbare en leefbare stad

Stedelijke mobiliteit is volop in beweging. Technologische innovaties maken nieuwe keuzes mogelijk. Snel internet en apps faciliteren Mobility as a Service (MaaS) met deelauto’s, -fietsen en -scooters en maken in combinatie met openbaar vervoer reizen op maat mogelijk. Auto’s worden schoner maar vragen nog altijd veel ruimte, ook als ze stilstaan. De elektrische fiets vergroot de actieradius van de fietser en daarmee de aantrekkelijkheid van deze schone en gezonde vervoersoptie. Onbemenste openbaar vervoersystemen stellen nieuwe eisen aan veiligheid en verantwoordelijkheid. Ketenmobiliteit (bijv. fietsen, ov en lopen) vraagt om een goede afstemming en stallingsfaciliteiten.

Nederland staat als dichtbevolkt land met verstedelijkte regio’s en relatief korte reisafstanden al anderhalve eeuw voor uitdagingen van stedelijke mobiliteit. De komst van de auto heeft onze fietscultuur niet doen verdwijnen. Sociale bewegingen maakten zich (vaak met succes) vanaf de jaren zeventig sterk voor leefbare en veilige binnensteden en woonwijken. Voor andere landen en steden is onze stedelijke mobiliteit met zijn hoog aandeel aan fietsers een voorbeeld. Lukt het Nederland om in de nieuwe transitie naar duurzame stedelijke mobiliteit keuzes te maken, waardoor buitenlandse beleidsmakers opnieuw de blik naar ons land richten?

DE ACHTERGROND

De continue strijd om de straat

Ofschoon Nederland wereldwijd bekend staat als fietsland heeft fietsen ook hier decennialang onder druk gestaan. De auto kreeg na de Tweede Wereldoorlog voorrang. Steden werden voor het stimuleren van automobiliteit ingericht met brede toegangswegen en veel parkeergelegenheid. Voor degenen die zich geen auto konden permitteren, werd het openbaar vervoer uitgebreid en gemoderniseerd. De fietser werd letterlijk en figuurlijk naar de zijkant van de straat gedrongen. De herwaardering van de fiets in de jaren zeventig ging niet vanzelf. Bezorgde en actieve burgers dwongen bestuurders ertoe de fietser een hogere prioriteit te geven. Gestimuleerd door, en in samenwerking met, belangengroepen en maatschappelijke partners, kreeg fietsbeleid

op lokaal, regionaal, provinciaal en nationale niveau gaandeweg gestalte en kreeg de fietser uiteindelijk een prominentere plek in de verkeersstromen.

Er ontbreekt nog veel kennis over de strijd om de straat en de wijzen waarop mobiliteitstransities in het verleden hebben plaatsgevonden. Onvoldoende is duidelijk waarom sommige steden bijvoorbeeld uitgroeiden tot echte fietssteden, terwijl in andere steden de auto bleef domineren. Om de huidige mobiliteitsomslag te kunnen begrijpen en te sturen is het van belang dat de beleidsmakers van nu kennis hebben van eerder gemaakte keuzes, de motieven erachter en de (ook onbedoelde) gevolgen ervan.

HET ONDERZOEK

Een kennisfundament voor de bereikbare en leefbare stad

Met de huidige transitie naar duurzame stedelijke mobiliteit als uitgangspunt onderzoekt de SHT mobiliteit in een brede en lange termijn context. Samen met de Technische Universiteit Eindhoven is de SHT een van de initiatiefnemers en uitvoerders van het internationale onderzoeks-, onderwijs-, en publicatieprogramma Sustainable Urban Mobility (SUM). In SUM worden duurzame mobiliteitsoplossingen verkent en in een langetermijnperspectief geplaatst. Het onderzoek levert een schat aan kwalitatieve en kwantitatieve gegevens op over steden en regio’s, maakt vergelijkingen tussen steden en regio’s mogelijk en biedt beleidsmakers waardevolle informatie voor het ontwikkelen, legitimeren en uitdragen van nieuw, duurzaam mobiliteitsbeleid.

SUM bouwt voort op onderzoek naar de transport en mobiliteit in de negentiende en twintigste eeuw dat SHT de afgelopen decennia heeft uitgevoerd. Daarbij werkten en werken we nauw samen met verschillende maatschappelijke partners, waaronder Rijkswaterstaat.

In het eveneens internationale Cycling Cities onderzoeksprogramma van de SHT, staat fietsen als vorm van duurzame mobiliteit centraal. Nederland loopt in fietsgebruik  mondiaal voorop en exporteert veel kennis over het stimuleren en faciliteren ervan naar het buitenland. Maar ook in ons land bestaan grote verschillen in fietsgebruik tussen regio’s en steden. In het onderzoek naar de lange termijn van de modal split laten we de verschillen zien en verklaren die. Het onderzoek toont hoe en waarom in de loop der tijd verschuivingen in mobiliteit plaatsvonden. Daarbij kijken we naar de rol van het fysieke landschap en processen van urbanisatie, naar vervoersalternatieven (ov, auto, bromfiets, lopen), naar de betekenis van sociale bewegingen en burgerinitiatieven, naar het imago van de fiets en welke groepen er fietsen, en, niet in de laatste plaats, naar de rol van mobiliteits- en fietsbeleid.

Door het hanteren van een uniform verklaringsmodel en het gebruik van diverse bronnen geven we context aan de veranderingen en bieden we nieuwe inzichten voor bestuurders, beleidsmakers en het bredere publiek.

Met SUM en Cycling Cities:

  • bouwen we een toegankelijke database met gegevens over de mobiliteitsontwikkeling van steden en regio’s;
  • ontwikkelen we gestandaardiseerde indicatoren voor duurzame stedelijke mobiliteit;
  • leveren we een bijdrage aan het publiek debat via publicaties, tentoonstellingen en bijeenkomsten;
  • ontwikkelen we educatieve hulpmiddelen;
  • leveren we beleidsadviezen.

Links naar projecten:

  • Cycling Cities Programma
  • Fietsverkeer in praktijk en beleid
  • Van Transport naar Mobiliteit
  • Builders and Planners
  • Schiphol
  • Rotterdam
  • TIN-20 transport
  • Congres CRB 2020
Projecten